Wachtdiensten: een sociale tijdbom

Contacteer voor meer info
Jan Van Wesemael - Algemeen secretaris
Tel
02/508.58.70
GSM
0478/880152
jan.vanwesemael@acod.be

In de diensten en instellingen van de Vlaamse Overheid zijn er talrijke personeelsleden die wachtdiensten verrichten. Meestal gaat het om diensten en instellingen met een sociaal, technisch of economisch karakter. Met de regelmaat van een klok is er een discussie over deze wachtdiensten en arbeidsduur. De organisatie van de arbeidstijd in de publieke sector is weliswaar geregeld bij wet van 14 december 2000 (BS van 5 januari 2001), over wachtdiensten ontbreekt elke notie.

de wet van 14 december 2000

We beperken ons tot een aantal belangrijke principes inzake arbeids- en rusttijden die worden opgesomd in deze wet.

1. rusttijden

In elk tijdvak van 24 uur heeft de werknemer recht op ten minste 11 opeenvolgende uren rust tussen de beëindiging en de hervatting van de arbeidstijd.

2. arbeidstijdregeling Vlaamse overheid

In het kader van de standaardwerktijd begint de glijtijd ten vroegste om 7.30 uur en eindigt ten laatste om 19 uur. Bijgevolg is er tenminste een rustperiode van 12.30 uur en dus méér dan 11 uur.

3. dagelijkse rusttijd

Bij een arbeidstijd van méér dan 6 uur per dag wordt een half uur rust toegekend.

4. zondagarbeid

De wet van 14 december 2000 stelt als principe een verbod op zondagarbeid, maar voorziet tegelijkertijd 23 afwijkmogelijkheden. Indien er een afwijking wordt toegestaan, moet een gelijkwaardige periode van inhaalrust worden toegekend in de loop van de vier volgende maanden.

5. gemiddelde wekelijkse arbeidsduur

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur mag niet meer bedragen dan 38 uren per week over een referentieperiode van vier maanden. De referentieperiode kan, mits overleg met de representatieve vakorganisaties, worden verlengd tot maximum 12 maanden. Er moeten dan wel objectieve of technische redenen zijn om de referentieperiode uit te breiden tot 12 maanden. De wekelijkse gemiddelde arbeidsduur mag evenwel nooit meer dan 48 uur bedragen (inclusief overuren) en mits inhaalrust wordt toegekend binnen de 4 maanden. De wekelijkse arbeidsduur tenslotte mag niet meer dan 50 uur per week bedragen, behoudens in de volgende gevallen:
- dringende werken aan machines of materieel;
- het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
- in opvoedings- en opvangtehuizen.

6. wachtdiensten

In de wet van 14 december 2000 wordt hierover niets gezegd. Nochtans de discussie over wachtdiensten en arbeidsduur is niet nieuw. Aangezien de wetgever hierover geen duidelijkheid verschaft, moeten wij ons baseren op rechtspraak.

slapende waak

De werknemer verricht een wachtdienst in de gebouwen van de werkgever. Hij kan dus in principe slapen wanneer er geen problemen zijn. Hij kan wel op elk moment worden opgeroepen om effectieve prestaties te leveren. De definitie van het begrip arbeidsduur is duidelijk: “de tijd gedurende dewelke het personeel ter beschikking is van de werkgever”. De slapende waak moet dus gezien worden als arbeidsduur.

thuiswacht

In deze situatie is de werknemer in principe thuis of tenminste op een bereikbare plaats, waar hij steeds kan worden opgeroepen. De werknemer kan dus steeds een oproep van de werkgever verwachten.

In het arrest Jaeger van het Europees Hof van Justitie van 9 september 2003 wordt gesteld dat wachtdiensten als arbeidstijd worden beschouwd. Ook het Belgische Hof van Cassatie stelde in een arrest van 30 januari 1984 dat wachtdiensten arbeidstijd zijn.

besluit

In de departementen en agentschappen van de Vlaamse Overheid mag er dan al een financiële regeling zijn uitgewerkt (permanentietoelage) over het valideren van de wachtdiensten als arbeidsprestaties wordt met geen woord gerept. Ondertussen hebben we vernomen dat de Europese Commissie werk maakt van een ontwerp van richtlijn waarbij, in tegenstelling tot het arrest van het Europees Hof van Justitie, een nieuw begrip wordt ingevoerd: de inactieve periode van de wachttijd. Dit zou dan de periode zijn tijdens dewelke de werknemer van wacht is, maar niet opgeroepen wordt om zijn functie uit te oefenen. Deze inactieve periode zou dan niet als arbeidstijd moeten beschouwd worden.

Dit kan een ongemeen boeiende discussie opleveren.

Richard De Winter

Klik hier voor het volledige document in pdf.

02/10/2006

Share/Save/Bookmark